Governancecommissie Funderend Onderwijs
Op 1 januari 2020 is de Governancecommissie Funderend Onderwijs (eerst als commissie Code Goed Onderwijsbestuur) van start gegaan. Deze commissie heeft een tweeledige opdracht:

Wie zitten er in de Commissie Code Goed Onderwijsbestuur? En wat is hun motivatie? Deze keer stelt Betty van Nieuwenhuizen zich voor. Zij is bestuurder bij OVO Zaanstad.
“Van origine ben ik docent Nederlands. Vanwege het enorme lerarenoverschot destijds kon ik geen baan vinden. Ik heb vier jaar in het bedrijfsleven gewerkt. Maar ik miste mijn vak zó erg: ik haal veel meer voldoening uit werk dat voor mij betekenisvol is. De jeugd is de toekomst, vooral de leeftijd tussen twaalf en achttien vind ik cruciaal. Het onderwijs is een mooie oefenplek voor hen. Voortgezet onderwijs draagt bij aan de brede ontwikkeling van leerlingen in een bijzondere fase van hun leven. Dat heeft mij altijd gedreven.
Sinds 2017 ben ik bestuurder bij een stichting met zeven scholen, samen met een collega-bestuurder. En mijn leidende vraag blijft altijd dezelfde: draagt wat ik doe bij aan beter onderwijs? Als ik aan het eind van de week die lijn niet kan trekken, dan heb ik mijn werk niet goed gedaan.
Een bestuurder moet goed onderwijs mogelijk maken. Dat staat boven alles. Daar hoort ook goed werkgeverschap bij, want medewerkers moeten zich ontwikkelen om leerlingen goed les te kunnen geven. Soms is het werk abstract, en moet je een lange adem hebben voordat je effect ziet. Uiteindelijk gaat het altijd om die goede les, die goede leraar, en wat dat betekent voor een leerling.
Omdat ik in de commissie zit, kijk ik vaker dan gemiddeld naar de code. De code wordt bij ons ieder jaar met de raad van toezicht besproken. Dat helpt enorm om het levend te houden
Ik vind het echt een enorme winst dat we nu één code voor het funderend onderwijs hebben. Bestuurders hebben een grote verantwoordelijkheid;niet alleen voor hun eigen stichting, maar ook voor de maatschappelijke opgave in de regio. Dat staat heel mooi verwoord in de code.
Een van onze taken is het gesprek aangaan als bestuurders zich niet aan de code houden. Dat doen we steeds meer vanuit de bedoeling van de code: laten we elkaar helpen om goed bestuur vorm te geven. Ik merk dat de code veel meer leeft dan een paar jaar geleden. In het begin zeiden bestuurders wel eens: ‘waar bemoei je je mee?’ Dat hoor je nu nooit meer. Bestuurders weten ons te vinden met vragen, en de gesprekken zijn bijna altijd leuk en inhoudelijk. Het gaat niet om vinkjes zetten, maar om je werk beter te kunnen doen.
Voor de komende jaren hoop ik dat bestuurders het gesprek met elkaar blijven voeren over de bedoeling van de code, over dilemma’s, over wat wel en niet kan. Je ziet nu al dat bestuurders elkaar beter weten te vinden. Ik hoop dat dat verder groeit. Uiteindelijk gaat het om onze maatschappelijke verantwoordelijkheid: goed onderwijs voor elke leerling. Daar doen we het voor.”