Boekrecensie: Balanceren op de grens. De impact van stress op leiderschap (de Roos)

Leiderschap als balanceeract

Recensent: Bert Peene, freelance docent en journalist voor o.a. Managementboek Magazine, het VO-magazine en de nieuwsbrief van de VO-academie

Uit cijfers van de Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden door TNO en het Centraal Bureau voor de Statistiek blijkt dat het burn-outpercentage in het onderwijs al jaren niet omlaag gaat. Meer dan een kwart van alle docenten in Nederland kampt met burn-outklachten. Deze gegevens stammen weliswaar uit 2019, maar recente onderzoeksresultaten geven geen enkele aanleiding om te veronderstellen dat de situatie intussen is verbeterd. Over oorzaken en aanpak lopen de inzichten uiteen, maar dat is ook weer niet zo vreemd als je bedenkt dat iedere onderzoeker door een andere bril naar het fenomeen stress gekeken heeft. Eén ding hebben die onderzoeken vaak wel gemeen: ze richten zich uitsluitend op het individu.

Dat was voor Cecile de Roos de reden om zelf een duit in het zakje te doen. In de inleiding van haar boek belooft zij een frisse kijk op stress. Dat wil zeggen: ‘Niet als een eenvoudig, individueel probleem, maar als een gelaagd fenomeen dat verweven is met werk, omgeving, verwachtingen en relaties.’ Door stress in deze brede context te plaatsen wil zij afrekenen met ‘de clichés en oppervlakkige oplossingen’ die de literatuur aanreikt.

De inhoud van haar boek is gebaseerd op meer dan duizend gesprekken die zij als arbeids- en organisatiedeskundige in de afgelopen vijftien jaar heeft gevoerd. Daarbij viel haar op dat maar weinig adviseurs – zij doelt onder meer op bedrijfsartsen en HR-professionals – de rol van leiderschap grondig onderzoeken en dan met name hoe zij zich staande houden in stressvolle situaties. Die ‘blinde vlek’ wilde zij verder verkennen en dat leidde uiteindelijk tot een boek dat bedoeld is voor iedereen die een dieper inzicht wil krijgen in stress en zoekt naar oplossingen die rekening houden met de dynamische context van leiderschap en samenwerking.

De Roos hanteert daarin een brede definitie van leiderschap; ze spreekt van ‘(bege)leider’. Leiderschap is volgens haar namelijk eerder een rol dan een functie. Leiderschap draait niet alleen om wat je doet, maar ook om hoe anderen dat gedrag interpreteren. Context maakt leiderschap. Daarom heeft zij voor een benadering gekozen die recht doet aan de veelzijdigheid en gelaagdheid ervan; ze bekijkt stress en leiderschap door de bril van het groepsproces.

Maar eerst wil zij een hardnekkig misverstand uit de weg ruimen: stress zit niet ‘tussen je oren’, zoals een (groot) deel van de managementliteratuur wil doen geloven. Het is geen subjectieve ervaring, die gevormd wordt door onze eigen gedachten en percepties. Stress kun je dus niet beheersen door je mindset aan te passen. Het antwoord op de vraag waarom de een omvalt door stress en dus een burn-out krijgt, terwijl een ander nog vrolijk rond lijkt te lopen ligt volgens Cecile de Roos in de complexe interactie tussen externe omstandigheden en ieders persoonlijke interpretatie daarvan in combinatie met het aanpassingsvermogen van de persoon in kwestie.

Voor een (bege)leider is het daarom belangrijk dat hij of zij zich ervan bewust is hoe de elementen lichaam, tijd, gevoel en omgeving – zeg maar: ons stress-systeem – met elkaar interacteren. Stimuleer reflectie, help stressbronnen herkennen en faciliteer herstelmomenten, luidt haar advies. ‘Uiteindelijk is het de kunst om anderen en jezelf te helpen dansen met de omgeving.’

In de hoofdstukken over de relatie tussen context en leiderschap, die in zekere zin de kern van haar boek vormen, speelt Daniel Ofmans theorie van het kernkwadrant een belangrijke rol. De rol van ‘leider’ is complex, schrijft De Roos. Het gaat niet alleen om strategie en prestaties, voor vooral om empathie, energiebeheer en het omgaan met stressvolle situaties. Het model van Ofman laat zien hoe kernkwaliteiten, de kwaliteiten waarin iemand uitblinkt, soms doorschieten en een valkuil worden. Het model maakt duidelijk waar jouw gedrag als leider schuurt met dat van anderen. Het helpt je als (bege)leider om bewuster om te gaan met je eigen gedrag en de juiste balans te vinden. Dat is een van de belangrijkste uitdagingen waarvoor je als (bege)leider staat: balans vinden tussen je eigen emoties of valkuilen en die van anderen, terwijl je tegelijkertijd de doelstellingen van de organisatie niet uit het oog wilt verliezen.

Natuurlijk gaat het in die hoofdstukken ook over stress. Over de relatie tussen stress en emotionele intelligentie bijvoorbeeld, motivatie als mogelijke buffer tegen stress en stressreacties in teams. Maar als ik naar de ondertitel van De Roos’ boek kijk, ligt de nadruk in deze hoofdstukken toch meer op leiderschap dan op stress. Dat geldt wat mij betreft ook voor hoofdstuk 5, dat een meer how to-karakter heeft. De Roos vertelt daarin hoe je als (bege)leider destructieve patronen kunt doorbreken en steun kunt bieden of ontvangen.

In de slotparagraaf gaat zij nog één keer in op de titel van haar boek. ‘Balanceren op de grens betekent omgaan met complexe en vaak tegenstrijdige verwachtingen – van je team, je organisatie en jezelf. Het is het zoeken naar evenwicht tussen empathie en grenzen stellen, tussen resultaatgerichtheid en mensgerichtheid, tussen controle houden en loslaten. Deze balans is niet statisch; hij verschuift voortdurend met de context, de mensen en de dynamiek.’ Die zoektocht is nooit voltooid. Als (bege)leider moet je daarom blijven bewegen én op tijd stil staan, zelfs wanneer de balans wankelt. ‘Juist op die grens – waar spanning, groei en transformatie plaatsvinden – ligt de grootster kans om jezelf, je team en je organisatie verder te brengen.’

Recensent: Carin Gabriels, afdelingsleider Pieter Zeeman Lyceum, Zierikzee

Tja, stress, herkenbaar voor iedereen die in de rol zit van (school)leider. Stress doet iets met jou en daardoor met je team en dat wil dit boek duidelijk maken.

Voor ervaren leiders zal er veel herkenning zijn bij het lezen van dit boek gebaseerd op praktijkervaringen. Toch is het boek ook voor hen van waarde; het maakt je weer even bewust van je rol en de (grote) impact van jouw leiderschap op het team. Door de dagelijkse drukte iets waar je wellicht zelden bij stil staat.

Minder of niet ervaren leiders doen met het boek hun voordeel doordat ze elementen zullen gaan herkennen en van daaruit de tips kunnen gebruiken die gegeven worden. Hierbij zijn de verwijzingen naar literatuur en modellen zoals de kernkwadranten van Ofman helpend.

Wat het boek meegeeft als ‘les’ is mijn inziens vooral: ken jezelf als leider, ken je team en organiseer feedback voor jezelf, zodat je alert blijft op je eigen impact.

Leuk boek voor schoolleiders.

Recensent: Wouter Vellema, hoofd bedrijfsvoering-controller Schoonhovens College

Wat gebeurt er als de stress toeneemt? Waar komt dit vandaan en wat zijn aspecten die hierop van invloed zijn? Voor medewerkers en leidinggevenden is het omgaan met deadlines, uitval van collega’s, en psychologische druk een trigger voor stress. De vraag is waar voor jou als leidinggevende, maar ook voor jou als medewerker, de grens ligt en hoe je die leert kennen.

Het boek voelt als het bereiden van een taart, waarbij allerlei ingrediënten worden aangereikt die apart te nuttigen zijn, maar waarbij de samenhang en volgorde te vaak te raden over laat. De aspecten die het boek aandraagt zijn voldoende om lekker doorheen te bladeren en diverse theorieën de revue te laten passeren. Mooi om te lezen hoe het Peter Principe en het trampoline-effect bij stress past. Vanuit de theorie van de kernkwadranten (Ofman) komt duidelijk naar voren dat het risico van stress kan zijn dat je van de sterke punten kunt doorslaan in je valkuilen. Er staan sprekende voorbeelden benoemd vanuit de jarenlange coachervaring van de auteur. Andere vanzelfsprekende theorieën zoals de transactionele analyse (Berne) en de verschillende coping strategieën staan krachtig genoemd als onderdelen die binnen het brede palet van 'stress' een belangrijke rol vervullen.

Een apart hoofdstuk is gewijd aan veenbranden in het team en wat dit voor toxische invloed heeft op de organisatie. De kenmerken van onderstromen en de diverse gradaties van tegenwerkingen vormen een bron van herkenning door de rake voorbeelden.

Prikkelend zijn de opvattingen van de auteur waarin schijnbare onlogische of paradoxale stellingen worden geponeerd. Een voorbeeld is de stelling dat de leidinggevende niet verantwoordelijk is voor het werkgeluk van de medewerkers, maar dat de medewerkers dat in hoofdzaak zelf zijn. Stellingen waardoor je extra getriggerd wordt om actief met de inhoud om te gaan.

Het boek schetst het afwegingskader waarbinnen leiders en managers balanceren en keuzes (moeten) maken. Het boek is niet specifiek op het onderwijs van toepassing en meer generiek geschreven, maar wel degelijk een mooie bouwsteen om meer begrip te krijgen over stress, ook in het onderwijs. De vele dilemma's worden geschetst zonder pasklare oplossingen.