Boekrecensie: Het versnellingseffect. De kunst van strategisch navigeren in een steeds sneller veranderende wereld (Hullegie & Tabarki)

Leren meebewegen is de enige echte keuze

Recensent: Bert Peene, freelance docent en journalist voor o.a. Managementboek Magazine, het VO-magazine en de nieuwsbrief van de VO-academie

Laat ik om te beginnen eens een open deur intrappen: we leven in een turbulente tijd. En dan denk ik nog niet eens aan alle oorlogshandelingen waarmee we dagelijks via de media worden geconfronteerd; turbulentie ervaren we ook door de vele maatschappelijke en culturele verschuivingen om ons heen. Onzekerheid is intussen de enige zekerheid in ons leven en dat komt volgens Hullegie en Tabarski, auteurs van ‘Het versnellingseffect’, vooral door de razendsnelle ontwikkeling van technologie. ‘De snelheid waarmee technologie zich ontwikkelt, informatie circuleert en onze wereld transformeert, is zodanig toegenomen dat we niet langer naar een nieuwe status toe bewegen, maar continu onderweg zijn,’ schrijven ze. Dat noemen zij ‘het versnellingseffect’.

Waar sommigen alle technologische ontwikkelingen met bewondering aanschouwen, vervullen ze echter steeds meer mensen met gevoelens van ongemak en angst. Want het voelt alsof we de controle verliezen. Volgens de auteurs hoeft dat niet, mits we bereid zijn mee te bewegen met de tijd. Daarvoor willen zij met hun boek een kompas aanreiken: ‘een manier van zien wat er werkelijk verandert, om te begrijpen waar je zelf invloed hebt, en om kansen te ontdekken in een wereld die nooit meer echt tot rust komt.’

Maar eerst over die verandering. In vier delen beschrijven Hullegie en Tabarki het verdwijnen van oude, bekende ankerpunten. Ik licht daar met name het verdwijnen van autoriteit uit. De gevolgen daarvan lijken namelijk meer dan de andere ankerpunten – het verdwijnen van plaats, waarde en de menselijke maat – in het onderwijs voelbaar te zijn. De auteurs laten eerst zien hoe het versnellingseffect de informatielaag aantast waarop onze samenleving is gebouwd. Door een overvloed aan informatie, bronnen en perspectieven wordt het steeds moeilijker om tot een gedeelde interpretatie te komen. ‘We worden overspoeld door informatie, uitgedaagd tot actie, maar ontberen richting.’ De autoriteit die onze keuzes voorheen richting gaf – denk bijvoorbeeld aan de overheid, de expert, de leider – is verdwenen. Ze hadden hier even goed ook docenten kunnen noemen. Met de democratisering van informatie verliezen ook zij namelijk aanzien. Als mijn kennis geen ‘macht’ meer is, wie ben ik dan nog als docent?

Macht verliest de strijd van informatie op elk niveau, aldus de auteurs, in elk domein van de samenleving. Dus ook in het onderwijs, op iedere school. Elk teamlid heeft toegang tot dezelfde data, rapporten en AI-tools als zijn leidinggevende. Managers proberen nog wel richting te geven, maar ondervinden dagelijks dat invloed niet langer voortkomt uit positie, maar moet worden verdiend, elke dag opnieuw, in een oceaan van concurrerende meningen. Bovendien vraagt goed leiderschap om tijd: tijd om te overzien, te oordelen, te besluiten. Maar die tijd is er niet. De wereld verandert sneller dan leiders kunnen handelen. Wat resteert is dan een schijn van controle, een façade van richting, terwijl feitelijk niemand meer stuurt. ‘Autoriteit verdampt niet door onwil, maar door tempo. In het tijdperk van versnelling is klassiek leiderschap structureel te laat.’ Ook de professionele identiteit van (school)leiders staat onder druk.

Dat betekent volgens de auteurs echter niet dat we stuurloos zijn. We kunnen meebewegen met de tijd; in hun woorden: ‘wendbaar worden zonder jezelf te verliezen.’ Wie de patronen van versnelling leert zien, kan betere keuzes maken; als leider, als professional en als mens. Grip krijgen, dat is waar het om gaat. Grip betekent dat je zelf invloed kunt uitoefenen op je leven en omstandigheden. Dat begint bij keuzes over opleiding, werk of gezondheid, maar gaat ook over toegang tot informatie en de vaardigheid om daadwerkelijk te handelen. We moeten volgens de auteurs stoppen met omhoog kijken naar een leider, die we als autoriteit beschouwen, om te bepalen wat we moeten doen. Sterker nog, we moeten af van het haast krampachtig doel-denken, want niet het doel geeft richting, maar de vaardigheid om, onderweg te kiezen, aan te passen en verantwoordelijkheid te nemen voor die keuzes. ‘Leren meebewegen is de enige echte keuze.’

Dat maakt in hun ogen vaardigheid belangrijker dan diploma’s. Helaas is ons onderwijssysteem niet zo goed in het stimuleren van die eigenschappen en het ontwikkelen van vaardigheden en competenties op basis daarvan. Ik citeer nog maar even: ‘Kinderen worden nog steeds voorbereid op een leven waarin ze zich specialiseren in een onderwerp en hun wordt beloofd dat een diploma hen hun leven lang verzekert van maatschappelijk comfort.’ Nu moet daar onmiddellijk aan worden toegevoegd dat zij met deze kritiek vooral doelen op het universitair onderwijs. Als het gaat om het ontwikkelen van adaptieve vaardigheden zoals creativiteit en samenwerking, doen in hun ogen bijvoorbeeld havo en hbo het al een stuk beter. Maar de moraal van het verhaal blijft toch dat we flinke renovatiewerkzaamheden aan ons gedateerde onderwijs te verrichten hebben.

Hullegie en Tabarski hebben met ‘Het versnellingseffect’ geen gemakkelijk boek geschreven. Wie op zoek is naar concrete handvatten, kan het dan ook maar beter laten voor wat het is. Maar voor wie wil begrijpen hoe we terechtgekomen zijn in de huidige verwarrende tijd én waar de kansen liggen om beter met het hier en nu om te gaan, biedt het meer dan voldoende food for thought.