‘Democratisch besef moet je aanleren’

Hoe kan je als school een veilige, inclusieve en verbindende plek blijven in een samenleving die razendsnel verandert en waarvan de problemen - zoals polarisatie en negatieve beïnvloeding door sociale media - ook de school binnendringen? Het aanleren van democratisch besef bij leerlingen speelt hierbij een belangrijke rol, aldus journaliste Sheila Sitalsing. Lees het interview dat VO-magazine met haar had.

Meer horen rondom dit actuele vraagstuk? Kom dan aanstaande donderdag naar het vo-congres ‘Hoe overleven we de buitenwereld die de school binnendringt?’ en doe inspiratie op in de keynotes, workshops en in gesprek met andere scholen. Er is een breed aanbod, waarbij verschillende thema’s, perspectieven en visies aan bod komen. NB: Sheila Sitalsing zal niet op het congres aanwezig zijn.

‘Al jaren geldt: regeren met de VVD is als paren met een bidsprinkhaanvrouwtje’. Zomaar een zin uit de virtuoze pen van Sheila Sitalsing. Te lezen in de Volkskrant, in een van haar talloze columns. Ze is bovendien wekelijks te horen in de podcast De kamer van Klok van die krant, waarin ze met enkele collega’s de actualiteit van kritisch commentaar voorziet. Kritisch, maar altijd met grote kennis van zaken.

Al vroeg wist Sheila Sitalsing wat ze wilde worden: journalist. Toch koos ze na de middelbare school voor een studie economie. Het was midden jaren tachtig, en de paar opleidingen voor journalisten die er toen in Nederland waren, hadden een slechte reputatie: “Het was een beetje een bende. Dus mijn vader zei: ‘Nou, dat gaan we niet doen, daar leer je vast niks. Dus kies maar iets waar je wel iets leert.’”

In een universiteitsfolder werd macro-economie aangeprezen als een studie ‘waar je alles mee kunt’, dus koos ze daar maar voor. “Ik had geen idee wat ik deed. Maar uiteindelijk heb ik die studie met veel plezier gedaan. Het gaat daarin over de samenleving en over het verdelen van schaarste. Om de politiek te begrijpen is het heel goed om een economische achtergrond te hebben, want dan snap je veel beter hoe keuzes tot stand komen.”

Voor VO-magazine is het voldoende aanleiding om haar te interviewen, al haast ze zich om zich ervoor te verontschuldigen dat ze geen onderwijsexpert is: “Ik weet verrassend weinig van de gang van zaken in het onderwijs, maar ik maak me wel zorgen over de democratieopvattingen van jongeren, over burgerschapsvorming. En ik denk dat we ons zorgen moeten maken over de kwaliteit van het bestuur in Nederland.”

Wat zijn die zorgen dan? En heb je het dan ook over schoolbesturen?

“We hebben een goed functionerende democratische rechtsstaat, maar de rafelrandjes worden zichtbaarder. Een groeiend deel van de bevolking is ontvankelijk voor geluiden als: ‘We worden niet vertegenwoordigd. Een elite is tegen ons, het volk!’ – dat sentiment. Dat uit zich in politieke keuzes, in de populariteit van radicaal-rechtse partijen. Er is een verschuiving van het hele spectrum naar radicale politieke opvattingen, die ook opgang doen in oude, gevestigde bestuurlijke partijen, en die gepaard gaan met een beperkt begrip van wat democratie inhoudt: het is oké om te tornen aan basisrechten, of dat nou gaat om het demonstratierecht, om rechten van minderheidsgroeperingen, of om religieuze rechten, onder het motto: ‘Dat mag een tandje minder.’ Het besef dat je met z'n allen deel uitmaakt van een democratische rechtsstaat begint ergens. Het betekent dat je ook opkomt voor de rechten van minderheden. Dat je af en toe moet inschikken. Dat dit niet betekent: ‘Wij hebben de verkiezingen gewonnen, dus wij hebben het voor het zeggen.’ Dat besef moet van jongs af aan aangekweekt worden. Op alle niveaus, dus ook in het onderwijsbestuur moet je je daarvan bewust zijn.”

PVV en Forum voor Democratie waren in 2023 onder middelbare scholieren de twee populairste partijen.

“Scholieren hoeven niet links te zijn, maar het is verontrustend dat ze zich aangetrokken voelen tot Forum voor Democratie. Dat is een vrij naargeestige partij, die op de grens van de democratische rechtsstaat opereert – en eroverheen. Die contacten heeft met extreemrechtse groeperingen met onfrisse, neonazistisch-achtige denkbeelden. En zich daar niet voor schaamt. Baudet maakt handig gebruik van sociale media: van alles hapklaar entertainment maken. Niet te ingewikkeld. Het is allemaal zogenaamd ‘ironisch’ bedoeld. Dat is de vibe waar hij op inhaakt. Je kunt ‘ironisch’ van alles beweren over omvolking, over white power, over witte suprematie. En dan kun je achteraf zeggen dat het maar een ‘grapje’ was.”

‘Je bent als docent niet alleen verantwoordelijk voor je eigen vakgebied, maar ook voor het afleveren van complete mensen'

Wat kan een school daartegenover stellen?

“Ik denk dat je scholen instrumenten moet geven om met discriminatoire spanningen om te gaan. Een voorbeeld. Mijn oudste dochter zat tijdens haar middelbareschooltijd bij de GSA, de Gender and Sexuality Alliance. Die organiseert onder meer de Paarse Vrijdag. Ze had met klasgenoten regenboogvlaggen gekocht en opgehangen in de school. Een paar jongens van school hadden die vlaggen naar beneden gehaald en in het park verbrand. Ik heb toen een mailtje gestuurd naar de rector. Om te protesteren tegen vernietiging van andermans eigendom: ze hadden met hun eigen zakgeld die vlaggen betaald. En om te vragen of de school wel normerend optrad. Je kunt van heel veel dingen zeggen: hier kun je voor zijn, daar kun je tegen zijn. Je vindt blauw mooi of je vindt blauw lelijk. Maar dit gaat om discriminatie, om een onveilige omgeving.

De schoolleiding vond het ingewikkeld en lastig en bleef naar mijn smaak te veel op de vlakte. Mijn dochter en wij zijn nooit meer geïnformeerd of er überhaupt actie is ondernomen. Terwijl ik best met die ouders van die jongens had willen praten. En ik kan me heel goed voorstellen dat die ouders ook dachten: oh jee, maar zo heb ik hem helemaal niet opgevoed! Of misschien juist dachten: dan moet je maar niet die rare vlag ophangen. Ik had ze graag willen spreken. Niet om ruzie te maken, maar omdat ik me afvroeg waar zoiets vandaan komt. Hoe komen die jongens daarbij? Kunnen we hier op school over in gesprek gaan? Ik snap dat de school denkt: zeg, ik heb tweeduizend leerlingen: de groeten! Maar het blijf onbevredigend.”

Maar hoe zie jij dan de rol van de docent, die deze kinderen in de klas meemaakt en ze stuk voor stuk kent?

“Je kunt niet veel lestijd inruimen om lang over dergelijke kwesties te praten. Je hebt een curriculum af te draaien. Toch ben je als docent niet alleen verantwoordelijk voor je eigen vakgebied, maar ook voor het afleveren van complete mensen. Mensen die kunnen functioneren in maatschappij, ook op sociaal vlak. Het maakt niet uit wat hun opvattingen zijn, het gaat erom dat ze leren hoe ze hun mening onderbouwd onder woorden brengen, dat ze leren luisteren naar een ander, zonder elkaar meteen de hersens in te slaan. Dat kun je niet louter uitbesteden aan het vak maatschappijleer. Je kunt niet zeggen: daar hebben we een lesuur per week voor.

‘Ik maak me zorgen over de democratieopvattingen van jongeren’

Ik denk dat het al mooi is als studenten, leerlingen, kinderen leren om woorden te vinden voor wat ze denken, wat ze voelen, waarom ze vinden wat ze vinden. Dat ze leren dat je naast iemand kunt zitten die heel anders in het leven staat, en dat dit een normale verhouding tot elkaar niet in de weg hoeft te staan. Dat je ook prettig met elkaar om kunt gaan als je het verder grondig oneens bent.”

Nu ben jij bij uitstek iemand die in columns heel scherp verbaal kan uithalen. Als je het bijvoorbeeld hebt over JA21-leider Joost Eerdmans en hem en passant ‘een zielig bestaan’ toedicht, heb je dan niet het idee dat je daarmee juist bijdraagt aan polarisatie?

“Beslist niet. Ik bevraag de macht. Dat is volstrekt iets anders. Polarisatie is een slecht begrepen woord, dat over verdeeldheid gaat – heel gezond overigens, verdeeldheid. Het wordt misbruikt om alles waar men ongemakkelijk van wordt jankend terzijde te schuiven. Ik verhoud me in mijn stukjes tot de macht, tot mensen die een machtige positie bekleden en die daarop tot op het bot bevraagd, bekritiseerd en beoordeeld moeten worden. Die controle is een essentiële pijler onder de democratie.”

Over onderwijs schrijf je naar verhouding betrekkelijk weinig. Maar er is één onderwerp waar je in de loop der jaren wel een stuk of zes columns aan hebt gewijd: laaggeletterdheid. Waarom is dat een stokpaardje van je?

“Omdat de maatschappij steeds ingewikkelder en geletterder is geworden. Om je te kunnen handhaven moet je digitaal vaardig, rekenvaardig en taalvaardig zijn. Er zijn in Nederland zo’n 2,5 miljoen mensen die hier niet aan kunnen voldoen. En dat zijn geen nieuwkomers van elders, maar mensen die Nederlands onderwijs hebben gehad. Elk jaar opnieuw komen er kinderen van school die het niveau niet halen. Het is een home grown probleem.

‘Je kunt veel bereiken door de norm te stellen en die zelf voor te leven’

Zij lopen het risico op een lager inkomen, een korter leven in slechtere gezondheid en met minder levensgeluk. In een land dat zo rijk is – Nederland is in materieel opzicht een paradijs. Het is bizar dat we het bestuurlijk niet voor elkaar krijgen om dit op te lossen. Het zou een erezaak moeten zijn om deze schandvlek uit te wissen.”

Sociale media storten non-stop tonnen bagger over leerlingen uit. Ben jij voor een verbod, tot een bepaalde leeftijd? Zoals in Australië?

“Het telefoonverbod op school is een uitstekend begin. Dat heeft de school van mijn jongste dochter, en houdt in dat je gedurende schooltijd, inclusief pauzes en tussenuren, niet op je telefoon mag. Je laat hem thuis of je doet hem in de kluis. Dat scheelt enorm in schermtijd. Een totaalverbod voor kinderen op sociale media zou ik ook toejuichen. We zijn online in een autocratie beland, geregeerd door tech-giganten die daar heel veel geld mee verdienen en geen enkele prikkel hebben om serieus te modereren.

En het is heus niet zo dat je vanaf je achttiende al die content wél aankunt en niet radicaliseert en niet op gekke gedachten komt. Het zou scholen om te beginnen erg helpen als de politiek normeert en zegt: dit is onwenselijk. Je kunt het verbieden, wettelijk, maar we kunnen ook als maatschappij uitspreken dat we dit ongewenst vinden. En erkennen dat we allemáál verantwoordelijk zijn.”

Is die maatschappij daar wel voldoende van doordrongen?

“Nee, daar ligt een taak voor bestuurders. Een bestuurder is er voor het functioneren van een organisatie. Daar hoort normstelling bij. Leiderschap is ook zeggen: ‘Dit zijn de waarden van onze organisatie. Dit zijn de basisnormen die wij hanteren.’ Je hoeft niet alles in beleid te vatten, of in regels. Je kunt al veel bereiken door de norm te stellen, en die zelf voor te leven. Dat geldt voor bestuurders op alle niveaus, ook voor schoolbestuurders.”

Bio Sheila Sitalsing
  • 1968 Geboren in Paramaribo
  • 1975 Verhuizing naar Curaçao
  • 1986 Studie economie in Nederland
  • 1993 Journalist bij het Rotterdams Dagblad
  • 1996-2001 Redacteur bij Elsevier en EU-correspondent in Brussel
  • 2001-nu De Volkskrant: chef economie, politiek redacteur, podcastmaker en columnist. Kreeg in 2013 de Heldringprijs voor haar columns
  • 2009-2011 Journalist in Suriname
  • 2010 Co-auteur van De kiezer heeft altijd gelijk
  • 2011-nu Medewerker van de tijdschriften Opzij en OneWorld, het tv-programma Buitenhof en het radioprogramma Met het oog op morgen
  • 2021 Auteur van Dagboek van een krankzinnig jaar
  • 2024 Eredoctoraat Universiteit van Humanistiek voor bijdrage aan het publieke debat
  • 2025 Auteur van Waar ik me voor schaam

Dit artikel is verschenen in het VO-magazine van maart 2026.. Tekst: Jacques Poell

Zie ook: