Belang banenafspraak versus niet-realistische taakstelling
In 2013 hebben werkgevers – en werknemersorganisaties in het Sociaal Akkoord afgesproken dat er 125.000 extra banen dienen te worden gecreëerd voor mensen met een arbeidsbeperking. Dit is het doel van de Participatiewet die sinds 2015 geldt. De vo-sector onderschrijft het grote maatschappelijke belang van deze afspraak en spant zich hiervoor in.
Stand van zaken
Het aantal schoolorganisaties in het voortgezet onderwijs dat aangeeft in 2024 werknemers uit de doelgroep banenafspraak te hebben werken, is wederom licht gestegen van 66% (2023) naar 67% in 2024. Ook het aantal besturen dat acties heeft ondernomen op de banenafspraak nam toe (2022: 46% 2023: 53,6%, 2024: 62,2%). In totaal zijn ongeveer 750 banen gerealiseerd en via inkoop nog eens ongeveer 668 banen. Dit aantal banen zorgt voor een gezamenlijk realisatiepercentage van ongeveer 37% (van het totaal aantal te realiseren banen). Dit blijkt uit de brief die minister Rijkaart (Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) op 18 november 2025 naar de Tweede Kamer stuurde.
Niet-realistische taakstelling
Ondanks de inspanningen die in de sector worden verricht, geven schoolorganisaties ook aan veel moeite te hebben om banen te creëren voor de doelgroep. Kenmerkend voor de sector is dat er slechts een klein percentage van de formatie beschikbaar is voor ondersteunende functies, het gedeelte van de formatie waarbinnen de schoolbesturen banen kunnen realiseren. Deze belemmering is ook terug te lezen in de Kamerbrief 'Uitvoering en evaluatie Participatiewet'.
Veruit het grootste deel van de formatie geeft les, waarvoor de werknemer in kwestie een lesbevoegdheid nodig heeft. In de groep van mensen met een arbeidsbeperking zijn vrijwel geen mensen bevoegd om als leraar of docent in het primair of voortgezet onderwijs te werken. De taakstelling van het voortgezet onderwijs is echter gebaseerd op het gehele personeelsbestand, hetgeen niet-realistische taakstelling is.

