Morgen PISA, we weten al wat ons te doen staat
Dinsdag 8 september publiceert de OESO de nieuwe PISA-resultaten. Het is niet de verwachting dat de dalende trend op vooral lees- en taalvaardigheid van 15-jarige leerlingen is gekeerd, ondanks de grote inzet van schoolleiders, leraren, ouders en leerlingen. Hier zijn maatschappelijke zorgen over en die zorgen schrijft de VO-raad, samen met een groot aantal onderwijsorganisaties* in een brief aan de Tweede Kamer.

Scholen werken hard aan de implementatie van de nieuwe kerndoelen en eindtermen in het primair en voortgezet onderwijs. Wij zijn blij met deze kerndoelen. De basisvaardigheden hebben daarin een betere en duidelijker plek gekregen. De samenhang in deze kerndoelen biedt een gouden kans om lezen, schrijven en rekenen duurzaam in te bedden in het curriculum, evenals burgerschap en digitale vaardigheden. Deze kans pakken we, onder meer door lezen en taal te bevorderen in elk vak. We zetten in op deze brede aanpak, met rijke teksten, aandacht voor schrijfvaardigheid en kennis van de wereld. We nemen afscheid van de enge benadering van begrijpend lezen die nu sterk bepalend is voor de toetsing en het extern toezicht en die ons niet helpt.
Verschillen vragen om samenwerking
Scholen zetten vol in op basisvaardigheden. Uit de vorige PISA is echter gebleken dat de verschillen in uitkomsten tússen de scholen in ons land opvallend groot zijn. Sommige scholen doen het onder dezelfde omstandigheden veel beter op onderwijskwaliteit en basisvaardigheden dan andere scholen. Er is dus veel van elkaar te leren. Hiervoor is een aanpak van overheid en onderwijs gezamenlijk essentieel.
Voldoende bevoegde leraren en schoolleiders
Het verbeteren van basisvaardigheden gaat alleen lukken als het onderwijs wordt verzorgd door voldoende bevoegde en goed opgeleide leraren en schoolleiders en in een lerende schoolcultuur. Leraren die tijd, ruimte en (mede)zeggenschap krijgen om goed vorm te geven aan hun onderwijs. Een zorgpunt is het tekort aan opgeleide leraren en schoolleiders en de ongelijke verdeling daarvan. We werken hard aan het aantrekkelijker maken van de sector voor mensen om in te werken. Met groeifondsmiddelen (onder meer NAPL en Ontwikkelkracht) en de extra investeringen die dit kabinet in het vooruitzicht stelt voor zij-instromers en teamprofessionalisering (binnen de cao-afspraken) kunnen we het opleiden en professionaliseren van leraren en schoolleiders verder versterken. Van startbekwaam naar vakbekwaam en in het vervolg van je loopbaan je vakbekwaamheid onderhouden of expert worden.
De cruciale rol van de schoolleider verdient daarbij meer aandacht. Ook die moet over genoeg tijd en ondersteuning beschikken, zoals recent nog door de inspectie is benadrukt.
Belangrijke rol ouders
Ouders spelen hierbij ook een belangrijke rol. Scholen en ouders kunnen meer samenwerken om de taalvaardigheid van kinderen te verbeteren. Bijvoorbeeld door schoolbibliotheken op te zetten en door ook thuis veel (voor) te lezen.
Wat daarbij helpt is als de overheid probeert de invloed van Big Tech op onze jonge kinderen in te dammen en we meer publieke regie voeren op de leermiddelen.
Wij beseffen dat er naar ons gekeken wordt en willen onze verantwoordelijkheid nemen. Daar hebben we ook overheid en politiek voor nodig.
*VO-raad, PO-Raad, MBO-Raad, Vereniging Hogescholen, Universiteiten van Nederland, AVS, AOb, CNV Onderwijs, FVOV, LAKS, Ouders & Onderwijs, Voor werkende ouders.
`