PISA bevestigt noodzaak integrale aanpak van taal- en leesonderwijs

De gemiddelde leesvaardigheidsscore van Nederlandse 15-jarige scholieren is sinds 2022 verder afgenomen. Ook in de andere EU-landen is sprake is van een daling in de leesvaardigheidsscores. De resultaten van Nederlandse leerlingen liggen echter significant lager dan de gemiddelde scores van die van hun Europese leeftijdgenoten.

Dat blijkt uit de resultaten van het PISA-onderzoek 2025 (Programme for International Student Assessment) die de OECD vandaag presenteerde. Scholen maken volop werk van het versterken van het taal- en leesonderwijs. Helaas vertaalt zich dat nog niet in een trendbreuk in de resultaten van leerlingen.

Voorzitter van de VO-raad Henk Hagoort zegt in zijn reactie op het rapport: “Met de nieuwe kerndoelen en de inzet van iedereen op het verbeteren van de basisvaardigheden, zijn de afgelopen jaren de zaadjes geplant. Er wordt momenteel hard gewerkt om die te laten ontkiemen en te doen groeien. Dat vraagt tijd, maar ik heb er vertrouwen in dat er over een aantal jaren geoogst kan worden en we de taal- en leesvaardigheid zien verbeteren.”

Nederland in Europees perspectief

In het Nederlandse rapport worden de resultaten van Nederland vooral vergeleken met de EU14: veertien landen die sinds 1995 of eerder EU-lid zijn en sinds 2006 aan alle PISA-metingen hebben deelgenomen. Het gaat om België, Denemarken, Duitsland, Finland, Frankrijk, Griekenland, Ierland, Italië, Nederland, Oostenrijk, Portugal, Spanje, het Verenigd Koninkrijk en Zweden.

Belangrijkste resultaten PISA 2025
  • De leesvaardigheid van Nederlandse leerlingen is tussen 2022 en 2025 verder gedaald. Deze neerwaartse trend is ook zichtbaar in de EU14-landen. In PISA 2025 ligt de Nederlandse leesvaardigheidsscore opnieuw significant onder het gemiddelde van de EU14-landen. In PISA-2025 presteert 39% van de 15-jarigen in Nederland voor leesvaardigheid onder vaardigheidsniveau 2. In de EU14-landen gaat het om gemiddeld 29% van de 15-jarigen.
  • De prestaties in zowel natuurwetenschappen als wiskunde zijn in 2025 gelijk gebleven ten opzichte van 2022. Nederland behoort internationaal tot de best presterende landen op het gebied van wiskunde. Net als bij eerdere PISA-metingen scoort geen enkel EU14-land hoger dan Nederland. Voor natuurwetenschappen behoort Nederland tot de top 5 van EU14-landen. Vergeleken met leerlingen in de EU14 zijn Nederlandse leerlingen minder betrokken bij natuurwetenschappen en minder milieubewust.
  • In 2025 werd voor het eerst het innovatieve domein Leren in de digitale wereld, inclusief de toets Computational problem solving, afgenomen. Nederlandse leerlingen presteerden daarbij rond het EU14-gemiddelde. Alleen het Verenigd Koninkrijk behaalde binnen de EU14 een hogere score. Wereldwijd scoorden 14 van de 85 deelnemende landen significant beter dan Nederland.
  • De PISA-scores verschillen in Nederland sterk tussen opleidingstypen. Vwo-leerlingen behalen gemiddeld de hoogste scores en vmbo-basisleerlingen de laagste. Tegelijkertijd is er overlap: de best presterende vmbo-kaderleerlingen scoren soms even hoog als de laagst scorende vwo-leerlingen.
  • Meisjes presteren al jarenlang beter dan jongens op leesvaardigheid. Ook op milieuwetenschappen scoren zij hoger, terwijl jongens een kleine voorsprong hebben in wiskunde en computational problem solving.
  • Nederlandse leerlingen raken tijdens de les minder vaak afgeleid door digitale middelen dan in 2022: 23% geeft aan dit in de meeste of alle lessen te ervaren, tegenover 33% destijds. Ook zet een kleiner aandeel leerlingen meldingen tijdens de les (bijna) nooit uit (19% tegenover ruim een kwart in 2022). Tegelijkertijd is de afhankelijkheid van digitale apparaten toegenomen: 45% voelt zich soms of altijd nerveus of angstig zonder deze apparaten in de buurt, tegen 41% in 2022.
  • Het gebruik van AI op school is onder Nederlandse leerlingen vergelijkbaar met het EU14-gemiddelde. Ongeveer een kwart gebruikt wekelijks AI-chatbots voor onderzoek, schrijfopdrachten of het samenvatten van teksten. Ruim een derde zet AI wekelijks in als leermiddel.
  • Het opleidingsniveau van ouders hangt sterk samen met de prestaties van leerlingen: hoe hoger het opleidingsniveau, hoe hoger de scores op natuurwetenschappen, leesvaardigheid en wiskunde. Ook de thuistaal speelt een rol: leerlingen die thuis Nederlands spreken scoren gemiddeld hoger dan leerlingen die thuis een andere Europese taal spreken, die op hun beurt weer hoger scoren dan leerlingen die thuis een niet-Europese taal spreken.
  • Nederlandse leerlingen beoordelen hun leven gemiddeld met een 7,6, de hoogste score binnen de EU14 en een stijging ten opzichte van 2022. Ook ervaren zij meer verbondenheid met school en minder pesten dan gemiddeld in de EU14. Wel zijn meisjes minder tevreden over hun leven dan jongens.

Curriculumherziening als hefboom

In de optiek van de VO-raad zijn de nieuwe kerndoelen en examenprogramma’s een belangrijk aangrijpingspunt om de taalvaardigheid over de volle breedte te versterken. De afgelopen 20 jaar heeft de focus in het taal- en leesonderwijs sterk gelegen op leesstrategieën en ‘technisch’ lezen, waarbij taalvaardigheid vooral als opdracht voor het vak Nederlands werd gezien. De nieuwe kerndoelen en examenprogramma’s zijn op een andere leest geschoeid met integrale aandacht voor taal in alle vakken en leergebieden. Leerlingen lezen, schrijven, spreken en argumenteren immers binnen vrijwel alle vakken. Ook is er meer aandacht voor het ontwikkelen van een leescultuur in de school en het stimuleren van het leesplezier.

Rijke implementatie en schoolexamen terug in positie

De VO-raad zet zich in voor een goede en succesvolle invoering van het vernieuwde curriculum, waarbij basisvaardigheden stevig zijn verankerd. Voor leerlingen is het belangrijk dat het onderwijsprogramma samenhang biedt tussen vakken, leergebieden en leerjaren en dat er aandacht is voor taal- en leesvaardigheid in alle vakken. De VO-raad wil dit samen realiseren met schoolleiders, leraren, ouders, leerlingen, opleiders en het ministerie van OCW.

Daarbij hoort passende toetsing en examinering met een waardevol schoolexamen. De VO-raad heeft bij de Vaste Kamercommissie Onderwijs gepleit voor maatregelen die het schoolexamen beter in positie brengen en op die manier meer recht te doen aan alle onderwijsdoelen, ook de doelen die zich minder goed lenen voor gestandaardiseerde toetsing.  De Tweede Kamer debatteert daar op 9 september over.

Effectief Leesonderwijs in de praktijk

Wat betreft de inhoud van goed lees- en taalonderwijs is de kennisbasis inmiddels stevig. Door het werk van de Kennistafel Effectief Leesonderwijs – waarin wetenschap & praktijk hun expertise met elkaar delen en scholen daarin ondersteunen - is er goed zicht ontstaan op wat in de praktijk ‘werkt’ en welke keuzes bijdragen aan goed taal- en leesonderwijs. In de Kwaliteitswaaier Effectief Leesonderwijs, zijn de belangrijkste kenmerken van goed leesonderwijs samengebracht. Via het programma Inspiratiescholen delen scholen die erin geslaagd zijn het tij te keren hun aanpak en bevindingen als inspiratie voor andere scholen.

Zicht op grondoorzaken

Hoewel we in grote lijnen weten wat werkt en welke aanpakken kansrijk zijn, is er tegelijkertijd nog onvoldoende zicht op de oorzaken van de achterblijvende taal- en leesvaardigheden van Nederlandse leerlingen. De VO-raad roept de bewindslieden op om te investeren in een gedegen analyse van de grondoorzaken van achterblijvende taal- en leesvaardigheden. De door het kabinet aangekondigde Staatscommissie kan in deze behoefte voorzien. Specifieke aandacht moet daarbij uitgaan naar groepen leerlingen die hierin een extra uitdaging ervaren: wat hebben zij nodig om leesvaardiger te worden? Daarnaast is het van belang om ook kritisch naar het onderwijsstelsel te kijken en de rol van factoren buiten het onderwijs in de analyse te betrekken, zoals digitalisering en de afleiding die jongeren ervaren van sociale media. Ook de OECD heeft aangekondigd een onderzoek te starten naar deze zogeheten ‘digital distortion’. 

Hagoort:Door de razendsnelle nieuwe digitale ontwikkelingen zoals AI neemt het belang van een goede taal- en leesvaardigheid alleen maar toe en is ‘diep’ lezen en kritisch beoordelen van informatie cruciaal voor onze kinderen en jongeren om zich in de samenleving goed staande te houden.’

Over PISA:

Sinds 2000 meet de OECD elke drie jaar de basiskennis- en vaardigheden van vijftienjarige leerlingen in het voortgezet onderwijs op de domeinen leesvaardigheid, wiskunde en natuurwetenschappen. Het onderzoek toetst niet de schoolse kennis en vaardigheden maar richt zich vooral op de maatschappelijke redzaamheid van leerlingen. In het onderzoek van 2025 stond het thema natuurwetenschappen centraal. Daarnaast is er onderzoek gedaan naar de lees- en rekenvaardigheid van leerlingen. Van deze vaardigheden worden de resultaten alleen op hoofdlijnen gepresenteerd. Leerlingen maakten bovendien voor het eerst opdrachten binnen het innovatieve domein Leren in een digitale wereld. Ook beantwoordden zij vragen over het gebruik van digitale middelen in de les en over hun omgang met sociale media en mobiele telefoons op school. Aan het onderzoek 2025 namen wereldwijd meer dan 760.000 leerlingen uit 91 landen en economieën deel. In Nederland is het onderzoek onder 6.635 15-jarige leerlingen van 177 scholen afgenomen. Daarmee voldeed Nederland niet geheel aan de steekproefeisen van de OECD. Ondanks een lagere respons voldoet Nederland volgens de non-responsanalyse aan de kwaliteitseisen voor internationale vergelijking. Nederland is daarom met een vermelding* opgenomen in de internationale PISA-vergelijkingen. Vanaf 2025 stapt de OECD over op een vierjarige cyclus. De resultaten daarvan worden naar verwachting in 2030 gepresenteerd.