Rapport Wennink: verandering noodzakelijk, investeer nú in excellentie in het onderwijs
“Als we willen dat Nederland ook voor volgende generaties een land blijft waar mensen kansen hebben, waar mensen goed onderwijs krijgen, waar mensen nodige zorg ontvangen en waar mensen veilig zijn, dan is dit het moment om te handelen.” Het demissionair kabinet-Schoof vroeg oud-ASML-topman Peter Wennink begin september om een onafhankelijk advies uit te brengen over de economische toekomst van Nederland. Op 12 december werd het rapport gepresenteerd. Henk Hagoort, voorzitter VO-raad: “De belangrijkste conclusies en aanbevelingen in het rapport hebben veel te maken met de relatie tussen welvaart en economie en onderwijs. Ze bevestigen onze eerdere oproepen aan de politiek, die ik nogmaals herhaal: investeer nú in het onderwijs, zodat we de problemen van morgen kunnen oplossen.”

Het rapport presenteert een lijst van 29 conclusies en aanbevelingen, onderverdeeld in sub-aanbevelingen. Ze gaan over het op orde brengen van belangrijke randvoorwaarden die nu verwaarloosd zijn. Ook gaan ze over vier gebieden die aansluiten bij de uitdagingen van deze tijd en waar economische groei mogelijk is. Daarnaast hebben ze betrekking op de bestuurlijke regie die nodig is om deze plannen goed uit te voeren.
De voor het voortgezet onderwijs meest relevante conclusies en aanbevelingen (samengevat)
- “Stuur scherp op kwaliteit in de hele onderwijsketen. Bied minder vrijheid op cruciale onderwerpen zoals de basisvaardigheden, en verplicht het gebruik van bewezen effectieve onderwijsmethoden. Veranker dit in het toezichtskader.”
- “Investeer gericht op kwaliteitsverbetering. Begin bij de opleidingen voor leraren en schoolleiders. Versterk carrièremogelijkheden voor excellente leraren, zeker in het vmbo.”
- “Halveer de administratieve lasten in het onderwijs.”
- “Veranker techniek en digitale geletterdheid in de curricula van het basis- en voortgezet onderwijs. Zorg er specifiek voor dat meisjes en vrouwen worden gestimuleerd in technische en digitale interesses.”
- “Verhoog de structurele financiering van techniek in alle lagen van het onderwijs.”
- “Herzie regelgevende kaders met het oog op innovatie. (…) Maak gebruik van regulatory sandboxes (proeftuinen, red.)om innovatie te stimuleren in maatschappelijk belangrijke sectoren.”
- “Creëer publiek-private scholingsprogramma’s, zodat omscholing beter aansluit bij de vraag van de arbeidsmarkt. Geef hier specifieke aandacht aan kraptesectoren en productiviteitsverhogende vaardigheden als digitalisering, AI-implementatie en procesinnovatie.”
- “Maak om- en bijscholing fiscaal aantrekkelijk voor werkgevers en werknemers.”
- “Los de netcongestiecrisis op.”
- “Creëer een nationaal plan ter versterking van de innovatie-ecosystemen. Zorg voor structurele financiering van kennisinfrastructuur (…). Ontwikkel hiervoor samen met de kennisinstellingen, het bedrijfsleven en de regio een nationaal plan dat de ontwikkeling, weerbaarheid, samenhang en benutting van deze infrastructuur borgt. Zet hier de ruimte van 1,5% binnen het NAVO-kader van 5% voor in.”
- “Bouw aan een stabiel investeringsklimaat. Stel realistisch beleid op dat de jaarlijkse begrotingscyclus overstijgt en houd daaraan vast.”
- “Maak de rijksdienst eenvoudiger, deskundiger en wendbaarder. Versimpel regelgeving en standaardiseer processen zodat minder afstemming, minder ambtenaren en minder controle nodig zijn in alle overheidslagen.”
Algemene conclusie van het rapport
De risicomijdende reflex van de Nederlandse overheid zorgt ervoor dat het volgen van procedures inmiddels meer aandacht krijgt dan het bereiken van maatschappelijke doelen. Om het Nederlandse concurrentievermogen te versterken en vooruitgang te boeken op de grote maatschappelijke transities moet hierin een nieuwe balans worden gevonden. Als de Nederlandse overheid productiviteitsgroei en strategische relevantie wil bewerkstelligen, moet ze in de eerste plaats weer ten dienste komen te staan van deze doelen. Binnen Europa moet Nederland het voortouw nemen in deze ommekeer.