Marjon de Jong en Camyre de Adelhart Toorop: “Door erover na te denken en te praten, ben je al bezig met de actualisatie van je curriculum”

Vanaf het moment dat de nieuwe kerndoelen in de maak zijn, is curriculumactualisatie onderwerp van gesprek op de scholen van de Purmerendse ScholenGroep (PSG). Voor rector Marjon de Jong van het Jan van Egmond Lyceum en bestuurder Camyre de Adelhart Toorop is dat vanzelfsprekend. Want, zo zeggen ze, bezig zijn met het curriculum is sowieso onderdeel van het werk van docenten. Naast schoolleider en bestuurder zijn ze ook elkaars sparringpartner en gaan ze graag met elkaar in gesprek.

Bezig zijn met het curriculum is een vanzelfsprekend onderdeel van het werk van docenten, zeggen jullie. Maar zo’n curriculumactualisatie gaat niet vanzelf. Hoe geef je leiding aan zo’n herziening?

Camyre: “PSG bestaat uit vijf scholen en vanuit onze besturingsfilosofie zijn de rectoren integraal verantwoordelijk voor hun school. We vinden het allemaal belangrijk dat leerlingen zich moeten kunnen ontwikkelen en we geloven erin dat we elkaar nodig hebben om ons onderwijs vorm te geven. Als bestuurder moet je stimuleren en enthousiasmeren, aan relaties bouwen, richting geven en zorgen dat we met elkaar koers houden. Daarbij vertrouw ik op de professionaliteit van de rectoren.”

Marjon: “Wat daarbij heel goed gaat, is dat we het allemaal eens zijn dat zaken niet van bovenaf doorgedrukt moeten worden. Camyre duwt niet naar mij en ik duw niet naar mijn team. Dat geldt dus ook voor de curriculumactualisatie; dat ligt niet bij een sectie of bij een team, maar bij iedereen. We werken samen en we hebben elkaar allemaal nodig. Het onderwerp leeft op mijn school, maar is ook een uitdaging doordat we zijn afgestapt van onder- en bovenbouwteams. We werken nu met onderwijskundige domeinen, passend bij een doorlopende leerlijn.”

“De maatschappij verandert, de generatie van nu verandert en dat betekent dus ook dat je je onderwijs daarop aanpast. In die zin is de curriculumactualisatie helemaal niet zo bijzonder.”

Camyre de Adelhart Toorop

De nieuwe kerndoelen zijn voor de onderbouw. Hoe gaan de domeinen daar dan mee om? 

M: “De nieuwe kerndoelen voor de onderbouw zijn vakoverstijgend en dat is gunstig. Binnen de onderwijskundige domeinen (science, talen, mens en maatschappij, en kunst en cultuur) raakt de vakinhoud elkaar. Leerlingen zien dat alles wat ze leren met elkaar samenhangt en dat is precies wat we willen.”

C: “Vanaf het moment dat de nieuwe kerndoelen in de maak waren, praten we erover. Bovendien, als het gaat over het leren en de ontwikkeling van leerlingen, dan ben je toch altijd met je curriculum bezig? Je geeft toch niet elk jaar dezelfde lessen? De maatschappij verandert, de generatie van nu verandert en dat betekent dus ook dat je je onderwijs daarop aanpast. In die zin is de curriculumactualisatie helemaal niet zo bijzonder.”

M: “We draaien het liever om: het is belangrijk dat leerlingen zich kunnen ontwikkelen en daar maken docenten sowieso de lesstof voor. Als je er zo naar kijkt, voer je een heel ander gesprek.”

C: “Ik vind het trouwens wonderlijk dat we niet terugredeneren van leerjaar 6 naar leerjaar 1. Onze opdracht is om leerlingen klaar te stomen voor het examen en ons dus af te vragen wat ze daarvoor nodig hebben.”

De realiteit is anders. Is elke sectie even enthousiast? En wat vraagt dat van jullie? 

M: “Het is natuurlijk een illusie om te denken dat iedereen even enthousiast is. Daarom is het zo belangrijk om de professionele dialoog aan te gaan.”

C: “En om dat gesprek dan anders te voeren. Ik wil uitgaan van vertrouwen, daar geloof ik in. We hebben een visie en daar relateer je alles aan. Het kan niet zo zijn dat een docent alleen de methode volgt en klaar. Ik wil mensen aan het denken zetten. We zijn bezig met een aanbesteding voor leermiddelen, maar waarom zetten we dat geld niet in om ons onderwijsprogramma zelf vorm te geven? Nadenken over wat je doet in de klas, op je afdeling, voor het domein en voor de leerling geeft een andere energie. En door erover na te denken en erover te praten, ben je al bezig met de actualisatie van je curriculum.”

M: “Dat is ook waar professionaliteit over gaat. We hebben natuurlijk de jaarlijkse sectiegesprekken waarin we het sectieplan bespreken en kijken naar wat goed gaat en wat beter kan. We zagen bijvoorbeeld dat er leerlingen zijn die op een paar tienden zakken doordat ze de taal niet goed beheersen. De vakgroep Nederlands is daarom geen onderdeel van het domein talen, maar in alle domeinen vertegenwoordigd. Als je alle vakken ondersteunt, dan voel je wel de urgentie om je onderwijsprogramma te toetsen aan de nieuwe kerndoelen. De vaksectie Nederlands is al klaar met de nieuwe kerndoelen en dat is een stimulans voor de andere secties om te beginnen.”

Hoe faciliteer je daar dan ontwikkeltijd voor?

M: “Als rector ben ik sowieso bezig met hoe ik tijd voor ontwikkeling kan geven. We hebben bepaalde weken met een 30-minuten rooster waardoor er ’s middags tijd overblijft om te ontwikkelen. En op de belangrijkste dingen zoals excursies en de organisatie van het schoolfeest na, hebben we alle taken in het takenboek terzijde gelegd. Iedereen krijgt een x aantal taakuren en elk domein gooit die taakuren op een hoop. Van daaruit bekijken de domeinen zelf hoe ze die taakuren benutten.” 

C: “Wat ik al eerder zei: vertrouwen is de basis. Als iemand niet mee wil in een bepaalde verandering of afwijkt van de visie van de school, dan is het noodzakelijk om jezelf af te vragen wat die persoon nodig heeft om de transitie mogelijk te maken.”

“De vaksectie Nederlands is al klaar met de nieuwe kerndoelen en dat is een stimulans voor de andere secties om te beginnen.”

Marjon de Jong

Het gaat dus om het gesprek en de professionele dialoog. Hoe belangrijk is het dat je als schoolleider en bestuurder dat gesprek aangaat?  

M: “Voor mij heel belangrijk! Schoolleider zijn is best een eenzaam beroep en Camyre is voor mij een echte sparringpartner. Het is heel fijn om een bestuurder te hebben waarvan je weet dat ze achter je staat. We zijn een school in beweging, we richten ons onderwijs anders in, we willen toe naar meer vakoverstijgende projecten en dat vraagt meer van mijn team. Zoals Camyre zelf zegt, gaat het om vertrouwen geven en vertrouwen krijgen. Ik wil mijn team het vertrouwen geven dat ik zelf van Camyre krijg.” 

C: “We zitten wel echt op één lijn ook. We zijn bezig met veranderingen waar je als schoolleiding en bestuur samen op moet sturen. Dat kost tijd, net als het besef dat we die professionele dialoog moeten voeren. Ik ben daarin wat ongeduldiger dan Marjon en realiseer me dat we niet te snel moeten willen.” 

M: “Maar er gebeurt best veel en mensen meekrijgen, begint met het opbouwen van een goede relatie. Ik zie nu meer initiatief ontstaan en docenten komen met ideeën doordat ze het vertrouwen krijgen. Dan denk ik ‘wow, we hebben het voor elkaar!’”

Tips van Marjon en Camyre

  1. Voer de professionele dialoog over hoe je goede lessen maakt.
  2. Nodig een externe partij uit om met een frisse blik naar je curriculum te kijken; PSG gebruikte de methode van ICLON.
  3. Creëer bewustzijn omtrent de nieuwe kerndoelen en inventariseer hoe de lessen nu worden vormgegeven: heb je daar een lesmethode voor nodig? 
  4. Realiseer je dat de nieuwe kerndoelen nog niet zijn opgenomen in de methodes die je nu aanschaft.

Dialoogkaarten curriculumactualisatie

Welke rol neem je als onderwijsbestuurder aan in de curriculumactualisatie? En hoe voer je het gesprek met de schoolleiding hierover? Deze dialoogkaarten bieden verdieping en richting voor de eerste verkennende gesprekken tussen bestuurder en schoolleider in het kader van de curriculumactualisatie.