Kamer verdeeld over later selecteren

27 maart 2025

Tijdens het Tweede Kamerdebat over Onderwijskansen op 26 maart 2025 bleken de politieke partijen verdeeld over latere selectie in het funderend onderwijs. Grote veranderingen lijken daarom voorlopig niet waarschijnlijk, zeker gezien de coalitiepartijen hier geen heil in zien, in tegenstelling tot de oppositiepartijen. Staatssecretaris Paul houdt vast aan de aanpak van kansenongelijkheid door in te zetten op basisvaardigheden en het lerarentekort en daarnaast op de programma’s School en omgeving, schoolmaaltijden en de brugfunctionaris.

Eén doorstroomtoets en minder zware weging

De meeste fracties zijn voor één doorstroomtoets en pleiten ervoor dat de resultaten van de doorstroomtoets minder van belang zouden moeten zijn voor het kwaliteitsoordeel van basisscholen. De doorstroomtoets an sich stond minder ter discussie. Ook brachten verschillende partijen de noodzaak voor een aparte toetsadviescategorie voor het praktijkonderwijs ter sprake. Voor de zomer presenteert Cito onderzoeksresultaten over of een aparte categorie mogelijk is.

Tijdens het debat kwamen ook punten voorbij uit de brief die de VO-raad vorige week stuurde naar de onderwijscommissie van de Tweede Kamer. De bewindspersoon zegde toe voor het einde van het kalenderjaar een brief te sturen over de ontwikkelingen rondom de herziening van het onderwijsresultatenmodel en te reageren op de moties Soepboer en Kwint die hier eerder over zijn ingediend. Paul noemde ook het lopende onderzoek naar de aantrekkingskracht van brede scholengemeenschappen. Op basis van de onderzoeksresultaten gaat ze met de VO-raad aan de slag.

Binnenkort volgt op dit debat een tweeminutendebat waarin moties ingediend kunnen worden.

De VO-raad ondertekende de op 26 maart aangeboden petitie ‘Van selectiemaatschappij naar talentenmaatschappij’. Hierin pleiten onder andere de onderwijsraden (PO-Raad, VO-raad en MBO Raad), de G4, de VNG, MKB-Nederland, VNO-NCW, FNV, het LAKS en JOBmbo voor een onderwijsstelsel waarin álle talenten worden gewaardeerd, niet alleen cognitieve vaardigheden. Het onderwijssysteem moet flexibeler worden, zodat leerlingen de ruimte krijgen om zich op hun eigen manier te ontwikkelen.