Op termijn structurele investering in professionalisering

Het ministerie van OCW publiceerde vrijdagmiddag 24 april haar beleidsbrief 2026-2030. Hierin schetst het ministerie hoe ze de afspraken uit het Coalitieakkoord 2026-2030 verder uitwerkt. Voor het voortgezet onderwijs is de meest in het oog springende maatregel de structurele investering in professionalisering van teams van leraren, schoolleiders en ondersteunend personeel. Hiervoor is op termijn 346 miljoen euro beschikbaar.

De VO-raad onderschrijft het belang van teamprofessionalisering en is blij met deze middelen, maar betreurt het dat deze middelen hiervoor pas vanaf 2028 volledig ter beschikking komen. Voor 2027 resteert slechts 46 miljoen, de rest van het bedrag gebruikt OCW om scholen in het primair onderwijs schadeloos te stellen naar aanleiding van een uitspraak van de Raad van State.

Voorzitter van de VO-raad Henk Hagoort: "We zijn blij met het voornemen van het kabinet om structureel te investeren in teamprofessionalisering. Dat deze middelen later dan oorspronkelijk beoogd beschikbaar komen omdat in het primair onderwijs een fout in de bekostiging moet worden gecorrigeerd, roept vragen op. De fout wordt nu hersteld ten koste van investeringen in het funderend onderwijs. Zo betaalt niet de overheid voor die fout, maar het onderwijs zelf. Ook vinden wij het niet vanzelfsprekend dat het voortgezet onderwijs zou meebetalen voor een fout die de overheid in het primair onderwijs heeft gemaakt. We zullen daarover in gesprek gaan met OCW."

Curriculumimplementatie als vliegwiel

Lerarenteams staan nu voor een grote opgave om zich het nieuwe curriculum eigen te maken en te werken aan de integratie en verankering van de basisvaardigheden in alle vakken en leergebieden. Ook voor dit kabinet zijn het verbeteren van de prestaties op lezen, schrijven en rekenen topprioriteit. In de optiek van de VO-raad is de vernieuwing van het curriculum een belangrijk vliegwiel om de kwaliteit van het onderwijs te versterken en tegelijkertijd de basisvaardigheden naar een hoger plan te tillen. Dat staat of valt met op korte termijn tijd en ruimte voor professionele ontwikkeling voor lerarenteams.

Zij-instroom 

Het kabinet stelt zichzelf een toename van 15% ten doel van zij-instromende leraren in het funderend onderwijs, te weten van 1.250 naar 1.400 leraren. Hiervoor stellen ze 88 miljoen euro beschikbaar per 2028 (in 2027 79 miljoen).

Het ministerie van OCW herhaalt in de brief de eerder geuite toezegging om voor aankomende zomer een 'integraal beeld van de uitwerking van alle voornemens rondom onderwijspersoneel' naar de Tweede Kamer te sturen. Het negatieve advies van de Raad van State over het Wetsvoorstel strategisch personeelsbeleid en arbeidsmarktmaatregelen zal hierin zijn weerklank vinden.

Bezuinigingen teruggedraaid

De gemeentelijke onderwijsachterstandsmiddelen voor voor- en vroegschoolse educatie worden vanaf 2027 structureel (€ 60 miljoen). Leerlingen die dat het hardste nodig hebben krijgen met het programma School & Omgeving extra leer- en ontwikkeltijd. De bezuiniging van het vorige kabinet wordt hiermee teruggedraaid. Vanaf 2027 is hiervoor structureel € 121 miljoen beschikbaar, waar circa 70.000 extra leerlingen profijt van moeten hebben. Vanaf 2029 worden de subsidies voor het programma School & Omgeving, de brugfunctionaris en de schoolmaaltijden omgezet in structurele bekostiging.

Effectief toezicht

Om de ambitie in het coalitieakkoord te realiseren voor het minimaal vierjaarlijks bezoeken van scholen door de onderwijsinspectie maakt het kabinet structureel 30 miljoen euro vrij. Eind 2026 wordt toegelicht hoe de beoogde investeringen worden ingezet in relatie tot de extra taken en inzet van de Inspectie van het Onderwijs. De VO-raad blijft benadrukken dat uitbreiding van het toezicht geen effect mag hebben op de - toch al hoge – regeldruk voor scholen.