Meer kleur in het schoolexamen

Iedere school geeft vanuit visie zelf kleur aan het onderwijs. Het schoolexamen biedt kansen om daaraan ook in de examinering recht te doen. Anders dan het centraal examen biedt het schoolexamen ruimte voor eigen keuzes binnen en naast de voorgeschreven stof in de examenprogramma’s. Dat is vastgelegd in de WVO 2020 en het Uitvoeringsbesluit WVO. Steeds meer scholen maken in toenemende mate van deze ruimte gebruik. Zij brengen meer kleur in het schoolexamen en doen daarmee beter recht aan de breedte van hun curriculum en/of het eigene van hun onderwijsvisie. Schoolbreed of binnen vakken, in grote of kleine stappen: meer kleur brengen in het schoolexamen kan op allerlei manieren. Negen praktijkvoorbeelden in vogelvlucht.

Alasca: In de toetspraktijk staat autonomie van de leerling voorop

Niet alleen in het lesaanbod, maar ook in de toetspraktijk van ALASCA in Amsterdam (havo, vwo+) staat autonomie van leerlingen hoog in het vaandel. De school, in 2016 opgericht, heeft gekozen voor een modulair lesaanbod met verplichte en keuzemodules, zodat leerlingen een deel van hun leerroute zelf uitstippelen. De modules zijn doorgaans contextrijk en thematisch en er komen verschillende vakken in samen.

Bij de start van elke module krijgen de leerlingen een lesbrief of syllabus waarin onder andere de leerdoelen en de eindopdracht zijn beschreven. Soms kunnen ze de vorm van de eindopdracht zelf kiezen. “Omdat wij niet overmatig willen toetsen, maar vooral willen investeren in de kwaliteit van de beoordeling, heeft een module nooit meer dan één tussenopdracht en een eindopdracht”, vertelt rector Mireille van Heerden.”

Alle opdrachten worden beoordeeld met een rubric die is uitgewerkt in drie niveaus: basis, gevorderd en expert. Cijfers geven wordt zo lang mogelijk uitgesteld. “Natuurlijk wil je op een gegeven moment weten waar de leerling staat op de landelijke meetlat,” zegt Mireille, “maar als je ervoor zorgt dat de eindopdracht een inhoudelijke component heeft, kun je met een goede rubric ook bij alternatieve toetsvormen prima beoordelen of de leerling voldoende kennis en vaardigheden bezit om door te gaan.”

Lees verder

Met het oog op het landelijk examen, zitten leerlingen in de bovenbouw in een stroom (havo, vwo of International Baccalaureate), wordt hun ontwikkeling deels beoordeeld met cijfers en krijgen ze voor examenvakken wekelijks een vakles. Mireille: “Daarnaast blijven ze aan de interdisciplinaire modules werken die, net zoals in de onderbouw, worden afgesloten met een praktische opdracht. Enige verschil is dat er een cijfer aan de rubric wordt gekoppeld. Een bijkomend voordeel van het werken met modules in de bovenbouw is dat de PTA’s minder vol zitten. Omdat onze modules interdisciplinair zijn, geven de betreffende vakken ook gezamenlijk een PTA-opdracht. Binnen de rubric maken we waar nodig onderscheid per vak, zodat er afzonderlijke beoordelingen uitrollen. Eén opdracht; twee schoolexamencijfers. Dat scheelt!”

Net zoals in de onderbouw, hebben bovenbouwleerlingen individuele ontwikkelmogelijkheden. Voor hen heeft de examencommissie nu dertien aangepaste PTA-trajecten beschreven, bijvoorbeeld voor leerlingen die een jaar kunnen versnellen of die door privéomstandigheden zijn uitgevallen. Maar ook als een leerling het examen niet heeft gehaald en besluit om een jaar terug te komen, hoeft hij of zij niet alles over te doen. “Goede schoolexamencijfers mogen blijven staan, zodat de leerling kan focussen op wat nog niet gelukt was”, aldus Mireille.


Meer weten over de toetspraktijk van ALASCA? Lees hier ons praktijkvoorbeeld uit 2024.

Het Rijks: Leerlingen zoeken de uitdaging op

De vakgroep Engels van Het Rijks in Nijmegen (vmbo b/k/g/t) ontwierp een nieuwe, grotendeels formatieve aanpak, die positieve effecten blijkt te hebben op de motivatie en de resultaten van leerlingen. Die aanpak begint in de brugklas en loopt door tot het eind van de derde klas. Het schoolexamen bouwt daarop voort en heeft als consequentie dat slechts enkele afsluitende toetsen worden afgenomen.

Uitgangspunt van de aanpak is het internationale Angliaprogramma. Dit programma telt 10 niveaus, waarvan leerlingen van Het Rijks de hoogste 9 niveaus kunnen volgen, vertelt onderbouwdocent Engels Manon de Bruijn. “Leerlingen doorlopen een hoofdstuk in hun Angliaboek, maken met die kennis een voorgestructureerde samenvatting compleet en gaan daarna de vier à vijf leerdoelen bewijzen die wij bij het hoofdstuk hebben gemaakt. Ze mogen zelf kiezen hoe ze dat doen, bijvoorbeeld met een poster, een brief of aan de hand van opdrachten uit het boek. Beheersen ze de stof, dan gaan ze naar het volgende hoofdstuk.”

Lees verder

Om het startniveau te bepalen, maken leerlingen aan het begin van elk schooljaar een instaptoets. In principe doorlopen de leerlingen in een schooljaar één Anglianiveau, maar als het kan, kunnen ze een niveau overslaan. Aan het eind van elk schooljaar (het examenjaar uitgezonderd) doen de leerlingen Anglia-examen op het niveau waarop ze op dat moment zitten. “Daar kijken ze naar uit”, vertelt vakgroepvoorzitter Karin Jongen-Peters. “De leerlingen krijgen een erkend certificaat en wat ook motiverend is: er is bij Anglia altijd uitzicht op een volgend niveau.”

De docenten toetsen zoveel mogelijk formatief. “Het enige dat we ‘voor een cijfer’ toetsen, zijn vaardigheden lezen, schrijven, luisteren en spreken”, vertelt Manon. “Aan het eind van de periode volgt voor de betreffende vaardigheid een summatieve toets. Daar zijn er dus vier van. Het gemiddelde cijfer van de vier vaardigheden is het rapportcijfer voor Engels in de onderbouw.”

De formatieve aanpak uit de onderbouw loopt in de bovenbouw zo lang mogelijk door; pas aan het eind van leerjaar 3 begint het PTA. “In de vijf onderdelen staan lezen, schrijven, spreken en luisteren weer centraal”, vertelt Karin. “Woordenschat en grammatica hebben geen aparte toetsen, want het idee is dat die in de vaardigheden zijn inbegrepen: zonder woordenschat en grammatica kun je niet lezen, schrijven, spreken en luisteren.”

De resultaten van de eerste drie lichtingen leerlingen die het nieuwe programma hebben doorlopen, zijn verrassend goed. Leerlingen basis en kader scoren op het centraal examen boven het landelijk gemiddelde, en leerlingen gemengd en theoretisch op het landelijk gemiddelde. Karin: "De positieve effecten komen vooral doordat leerlingen zelf keuzes kunnen maken: waarmee wil ik dit leerdoel afsluiten? Kan ik een niveau hoger? Daardoor gaan ze de uitdaging opzoeken.”


Meer weten over de aanpak van de vakgroep Engels van Het Rijks? Lees ons praktijkvoorbeeld uit 2023.

KWC: Keuzevrijheid binnen PTA’s

Moet de inrichting van het PTA van een vak er voor alle leerlingen precies hetzelfde uitzien? Het Agora-team van Het KWC in Culemborg vindt van niet. “Je kunt de ruimte die je als school hebt voor een eigen invulling van het schoolexamen prima doorgeven aan de leerling”, zegt conrector Erik Wijnveen. Dit past bij de onderwijsvisie van de Agora-afdeling, waarin eigen keuzes van leerlingen het vertrekpunt voor het onderwijs zijn. Net als op andere scholen kiezen leerlingen hier een profiel en moeten ze voldoen aan de eindtermen. Hun route naar het diploma kan echter variëren. Voor elk vak krijgen ze door hun vakcoach een voorbeeldplanning aangereikt, waar ze in overleg van kunnen afwijken. Ze kunnen bijvoorbeeld zelf beslissen in welke volgorde ze de onderdelen van een PTA afsluiten en met welke prestatie ze dat willen doen. “Daarbij zie je hun interesses terug”, zegt Erik. “Zo koos een leerling ervoor om het onderdeel ‘plurifome samenleving’ bij maatschappijleer af te ronden met een eigen onderzoek onder asielzoekers in Ter Apel, omdat de asieldiscussie hem bezighield.”

Lees verder

Ongelijk is niet oneerlijk, is de boodschap van het Agora-team. Erik: “In Nederland vinden we het wenselijk dat iedere school een eigen invulling geeft aan het schoolexamen en van die verschillen denken we nooit dat ze de betrouwbaarheid van de examinering in gevaar brengen. Waarom zou dat met verschillen binnen een school dan wel het geval zijn? Zo lang binnen een PTA de eindtermen en beoordelingscriteria maar gelijk zijn, kunnen de trajecten ernaartoe en de afsluitende prestaties best uiteenlopen.”

Je hoeft als school geen agora-concept te hebben om keuzevrijheid binnen PTA’s te bieden, zegt Erik. “Onze mate van vrijheid bieden, slaagt denk ik alleen als leerlingen daar vanuit de onderbouw al aan gewend zijn. Maar het is helemaal niet zo ingewikkeld om leerlingen keuzes te geven in de manier waarop ze PTA-onderdelen afsluiten. Dat kan ook in een meer klassikale context.”

Meer weten over het schoolexamen op Het KWC-agora? Lees hier het hele praktijkvoorbeeld.

Vrijeschool Parkstad: Vakoverstijgende schoolexamenprojecten

Op Vrijeschool Parkstad in Heerlen wordt het steeds gebruikelijker dat vakken een gezamenlijk project onderdeel maken van het schoolexamen. Dat past bij de onderwijsvisie, zegt docentcoach bovenbouw en biologiedocent Heike Conrad: “Ons ideaal is dat leerlingen zich als heel mens ontwikkelen. Dan wil je ook de hele ontwikkeling van de leerling toetsen, niet alleen kennis. In het schoolexamen kan dat.”

Daarbij ligt het werken met projecten voor de hand omdat thematisch werken als een rode draad door het vrijeschoolonderwijs loopt. Zo is er nu een scienceproject (‘Duurzaam Wahlwiller’) dat onderdeel uitmaakt van het schoolexamen voor biologie, natuurkunde, scheikunde, aardrijkskunde, maatschappijleer, NLT, O&O en het praktijkgerichte vak op de havo. Ook aardrijkskunde, geschiedenis, en economie zijn met gezamenlijke schoolexamenprojecten begonnen. Houd er rekening mee dat het een groeiproces is, zegt Heike Conrad. “Soms begin je met één vak, waarna zich geleidelijk meer vakken aansluiten. Zorg voor een paar sterke dragers in de school, dan kom je stap voor stap verder.”

Lees verder

De school vindt portfolio’s een heel geschikt middel om de hele ontwikkeling van leerlingen zichtbaar te maken. Voor elk project werken de docenten met rubrics waarin ze per onderdeel beschrijven hoe een goed resultaat eruitziet. Cijfers krijgen de leerlingen pas bij de afsluiting van het portfolio; tot die tijd kunnen ze hun prestaties verbeteren aan de hand van geschreven feedback die duidelijk maakt wat ze moeten doen om een onderdeel van ‘rood’ of ‘geel’ op ‘groen’ te zetten.

Begin simpel en bouw daarop voort, is het advies van Vrijeschool Parkstad. Heike: “Wat je doet, zal niet in een keer perfect zijn: er zullen dingen tegenzitten. Val dan niet terug in het oude, maar geloof in je visie en zoek een oplossing die daarbij past.”

Meer weten over het schoolexamen op Vrijeschool Parkstad in Heerlen? Lees hier het hele praktijkvoorbeeld.

Verschil se-ce

De indicator verschil schoolexamen-centraalexamen (se-ce) maakt sinds 2016 geen deel meer uit van de beoordeling van onderwijsresultaten, maar is wel onderdeel van de handhaving op de examenlicentie volgens de Wet op het Voortgezet Onderwijs (WVO 2020). Artikel 2.62 van de WVO 2020 gaat in op de discrepantie tussen het se-cijfer en het ce-cijfer. De regeling bepaalt dat het gemiddelde verschil, gemeten over drie jaren, niet groter mag zijn dan 0,5. Het is goed om te beseffen dat het gaat om een gemiddeld verschil over drie jaar én dat het gaat om het (gewogen) gemiddelde van alle vakken en leerlingen. Het gaat dus niet om het cijferverschil bij individuele vakken. Daarnaast biedt de wet het bevoegd gezag drie jaar de gelegenheid om het gemiddelde verschil terug te brengen tot een half punt of minder indien dat nodig is.

Da Vinci College Kagerstraat: Een mondeling bij wiskunde

Op het Da Vinci College Kagerstraat in Leiden heeft docent Marianne Laponder al drie jaar ervaring met een mondeling schoolexamen wiskunde A in 6 vwo. Leerlingen kiezen een wiskundig onderwerp dat ze interessant vinden, doen onderzoek en vatten hun bevindingen samen in een paper of een poster. Daarover voeren ze een gesprek met Marianne en een collega-wiskundedocent. Dat resulteert in een cijfer dat dertig procent van het schoolexamencijfer uitmaakt.

In een mondeling komen leerlingen die bij schriftelijke toetsen in het nadeel zijn, vaak beter tot hun recht. Met ‘matsen’ heeft dat niets te maken: “Als een leerling voor 30% van het schoolexamen een 8 neerzet omdat die leerling zich heeft ontwikkeld tot expert in een wiskundig onderwerp, dan is die 8 gewoon verdiend”, zegt Marianne. Daarnaast is een onderzoek plus mondeling een mooie manier om in het schoolexamen vaardigheden aan bod te laten komen die anders onderbelicht blijven.

Lees verder

Ook bij wiskunde C geeft Marianne een schoolexamenopdracht die mondeling wordt afgesloten. Daarvoor werkt zij samen met de docent CKV/O&O. De wiskunde C-leerlingen doen onderzoek naar een wiskundig principe uit het werk van Escher en geven daar een presentatie over.

In de ervaring van Marianne vinden veel leerlingen het prettig om voor wiskunde een keer iets te doen wat niet met cijfers en letters te maken heeft. Ook werkt het motiverend dat ze keuzemogelijkheden hebben. Voor de docent is een mondeling schoolexamen niet méér werk dan een schriftelijke toets; de drukte zit alleen op andere momenten. Indien goed uitgevoerd, is een mondeling ook niet minder betrouwbaar. Wel is het goed om in het voorexamenjaar een proef te doen, zodat leerlingen eraan kunnen wennen, en om er zoveel mogelijk collega’s bij te betrekken. Verder vraagt het vooral een beetje lef!

Meer weten over het mondeling bij wiskunde op het Da Vinci College Kagerstraat? Lees hier het hele praktijkvoorbeeld.

Terra Meppel: Alle schoolexamens een groen tintje

Terra Meppel vo in Meppel geeft ook niet-groene vakken bij het schoolexamen een groen tintje mee. “Die context spreekt onze vmbo-leerlingen aan”, zegt docent Metty Padding. “De wereld van bloemisten, boeren, hoveniers, het brede groen: daar zitten de onderwerpen die onze leerlingen meekrijgen, die ze in het nieuws zien. Daarmee worden de toetsen voor hen actueel.” Vakken als Engels en Nederlands gebruiken bij schoolexamentoetsen vooral groene contexten. Bij spreekvaardigheid Nederlands debatteren leerlingen bijvoorbeeld over stellingen die worden aangeleverd door de groensectie. Bij schrijfvaardigheid Nederlands zit een sollicitatiebrief naar een bedrijf in de groensector, en ook de teksten bij grammatica gaan over groene onderwerpen. De ‘vergroening’ is een van de kenmerken van het vereenvoudigde en vernieuwde schoolexamen op Terra Meppel vo en ook op de andere vestigingen van Terra. Sinds het schooljaar 2020-2021 hebben alle vakken een eenjarig PTA. Dubbelingen in de schoolexamens zijn geschrapt en het aantal PTA-toetsen per vak is sterk teruggebracht. Daardoor is er nu meer tijd voor practica en formatieve toetsen en voor het oefenen voor het centraal examen.

De Nieuwste School: Een portfolio en assessment in het schoolexamen

Leren doe je het beste door te onderzoeken en daarop te reflecteren, vindt De Nieuwste School (mavo/havo/vwo). Voor bovenbouwleerlingen havo/vwo met een natuurprofiel speelt het vak natuur, leven & technologie (NLT) hierbij een grote rol. Voor het schoolexamen van dit vak tonen leerlingen hun onderzoeksvaardigheden aan met behulp van een portfolio. Daarin verzamelen ze bewijzen uit vakken zoals NLT, biologie en scheikunde of uit ervaringen buiten school. Eerst gebeurde dat aan de hand van de lijst met vaardigheden uit domein A van de examensyllabus. “Maar dat was zo’n lange waslijst, dat was niet te doen”, zegt Julian Haerkens, een van de NLT-coördinatoren in 4 vwo. Nu moeten leerlingen aantonen dat ze vier rollen beheersen: innovator, strateeg, specialist en netwerker. Dat wordt getoetst tijdens een assessmentgesprek dat leerlingen twee-aan-twee voeren met twee docenten. Vóór die tijd hebben de leerlingen dan al feedback gehad op hun portfolio. De daarin genoemde punten kunnen ze tijdens het assessmentgesprek toelichten en verbeteren.

Lees verder

Eenheid in de beoordeling is belangrijk, want het portfolio is een schoolexamenonderdeel. Daarom hebben de docenten vooraf in ‘ijkgesprekken’ onderzocht welke taal geschikt is voor de beoordeling en langs welke ‘assen’ de prestaties worden gelegd (op de ene as: hoe relevant is een bewijsstuk?; op de andere as: hoe specifiek is de toelichting die de leerling op het bewijsstuk geeft?).

Door de versimpeling naar vier rollen zijn de assesssmentgesprekken concreter geworden en hebben ze voor leerlingen meer betekenis gekregen. Ook is het voor leerlingen makkelijker geworden om bij een opdracht gericht medeleerlingen te betrekken met aanvullende competenties, zegt Julian. “Het portfolio en het assessment moedigen aan dat leerlingen van elkaar leren en dat is een van onze doelen met onderzoekend leren.”

Meer weten over het schoolexamen op De Nieuwste School? Lees hier het hele praktijkvoorbeeld.

Rijnlands Lyceum: vaardighedentoetsen bij geschiedenis

Op het Rijnlands Lyceum in Oegstgeest kiest de sectie geschiedenis er sinds een jaar of vijf bewust voor om het schoolexamen anders in te vullen dan het centraal examen. “Wij vinden dat voor een historicus ook vaardigheden van belang zijn die in het centraal examen niet aan bod komen, zoals presenteren en debatteren”, zegt docent Jeffrey Ducaat. “En als 50 procent van het examen bestaat uit een klassieke theoretische toets, laten we dan alsjeblieft in die andere 50 procent deze vaardigheden trainen.”

Het zwaartepunt van andersoortige toetsen ligt aan het begin van de bovenbouw, als het centraal examen nog niet direct in zicht is. Jeffrey: “In 4 vwo zijn we nog niet bezig met het PTA, daar kunnen we echt experimenteren met creatieve toetsen, zoals een mondeling op basis van zelfgekozen bronnen. In 4 havo en 5 vwo richten we ons meer op de stof voor het school- en centraal examen, maar toetsen we die met behulp van vaardigheden: leerlingen houden bijvoorbeeld een pleidooi en voeren een debat. Het examenjaar beginnen we met een mondeling over de centrale-examenstof. Daarna gaan we met meer klassieke toetsen over de school- en centrale examenstof richting het centraal examen.”

Lees verder

Een groot voordeel van andersoortige toetsen is dat ze leerlingen activeren: aan een debat in een vissenkom-opstelling kan niemand zich onttrekken. “Natuurlijk vinden leerlingen niet alles even leuk: presenteren is voor sommigen heel spannend”, zegt Jeffrey. “Maar werken aan vaardigheden is wel een natuurlijke manier om hun betrokkenheid te organiseren. Het oefenen van examenvragen vinden ze over het algemeen maar saai. Deze aanpak helpt dus om de aandacht vast te houden. Langer dan een kwartier aandachtig luisteren is lastig, blijkt als ik mijn lessen evalueer; dan gaan de meeste leerlingen ‘uit’. Door ze zelf aan het roer te zetten, boet een les inhoudelijk weliswaar iets in aan niveau, omdat je als docent wat minder kennis kunt overdragen, maar leerlingen doen wel actief mee.”

Steun van de hele sectie én van het management is een voorwaarde. “Je hebt het toch over toetsen voor het schoolexamen. De druk die van examenresultaten uitgaat, moet je niet onderschatten. Als sectie sta je behoorlijk in de picture als je het minder goed doet dan andere secties. Zelfs op een school als het Rijnlands, waar veel openheid en weinig hiërarchie is. Kiezen voor een eigen invulling van het schoolexamen kan betekenen dat je dit terugziet in de centrale-examenresultaten. Onze leerlingen presteren op het centraal examen geschiedenis niet boven het landelijk gemiddelde, al varieert de score per jaar. Dat is spannend om te merken, ook al weten we dat de schoolleiding onze aanpak waardeert en achter ons staat. Maar wij stáán voor deze aanpak. We geloven in het belang van vaardigheden en vinden het gaaf om onze leerlingen zo actief te zien.”

Bonhoeffer College: alternatieve toetsvormen in mavo bovenbouw

In het schoolexamen op de mavolocatie Geessinkweg van het Bonhoeffer College in Enschede doen andere toetsvormen hun intrede. Daar kunnen leerlingen zelf voor kiezen. Bij PTA-onderdelen van verschillende vakken kunnen zij kiezen voor een meer actieve toetsvorm of een schriftelijke toets. “We willen toe naar meer eigenaarschap van leerlingen, ook op dit gebied”, zegt teamleider Sjabbo Smedes. “Bovendien zijn vmbo-tl-leerlingen lang niet zo theoretisch ingesteld als we vaak denken. Sommigen kunnen wat zij geleerd hebben veel beter op een andere manier laten zien dan in de vorm van een schriftelijke toets. Ook daar komen we op deze manier aan tegemoet.”

Bij Duits en natuur- en scheikunde kunnen leerlingen van de Geessinkweg bijvoorbeeld kiezen voor een praktische opdracht. Bij wiskunde kiezen ze, naast de toetsvorm, ook het onderwerp dat ze in deze vorm willen afsluiten. In alle gevallen geldt: wie niet tijdig een alternatieve toetsvorm kiest óf de bijbehorende afspraken niet nakomt, maakt alsnog de schriftelijke toets.

Lees verder

Voor de leerlingen is het wennen, zegt examensecretaris Jolanda van den Berg. “Maar doordat ze op tijd een toetsvorm moeten kiezen, laten ze het werk wel iets minder op het laatste moment aankomen dan voorheen.” Docenten hoeven leerlingen ook minder achter de broek te zitten. “Bij niet op tijd inleveren volgt vanzelfsprekend de schriftelijke toets. Dat geeft rust”, zegt Jolanda.

De meeste secties hebben inmiddels in minimaal één periode één of meer keuzemogelijkheden in hun PTA opgenomen. Die afspraak is bij de jaarlijkse herijking van de PTA’s in 2019 gemaakt. “Laat je het helemaal vrij, dan zijn er ook secties die er nog niet aan beginnen”, verklaart Sjabbo. “En we willen wel echt toegroeien naar dat eigenaarschap en die keuzemogelijkheden voor leerlingen.”

Sommige docenten maakten zich aanvankelijk wel wat zorgen. Is de betrouwbaarheid van het schoolexamen niet in het gedrang als de ene leerling wordt beoordeeld op een praktische opdracht en de ander op een schriftelijke toets? “Dat hebben we opgelost door duidelijke toetsmatrices en rubrics te maken, die op alle toetsvormen kunnen worden gelegd”, zegt Jolanda. “Van leerlingen en ouders krijgen we hier overigens nooit vragen over.”

Een mooie bijvangst van de gezamenlijke zoektocht is dat de secties steeds meer samen doen, ook in de onderbouw. Daar is de school naar analogie van het PTA met een PTO gaan werken: een programma van toetsing voor de onderbouw. “Dat leidt ertoe dat steeds meer secties een periode lang samen optrekken: aardrijkskunde met Duits, wiskunde met Nederlands...”, verteltJolanda. “Het mooie is dat leerlingen zich daardoor realiseren dat het onderwijs samenhangt.”

De school blijft de ambities monitoren: doen we nog wel het goede en doet iedereen nog wat we willen? “Dat is belangrijk,” vindt Sjabbo, “want door de tijd en als gevolg van personeelswisselingen veranderen er gaandeweg wel wat dingen. We willen eigenlijk steeds het hele team weer opnieuw meenemen in onze speerpunten.”